22 JAAR
Nadat Jannes te weten was gekomen wat kracht is had hij zich gericht op de beide hoofdwetten van de thermodynamica. Veel avonden bracht hij door bij Helder om deze goed te begrijpen. Alle kennis, die Helder jaren later in zijn blog zou beschrijven, nam hij in zich op en het was Jannes alsof een deur werd geopend, een doorgang naar de wereld van kracht en stof. Dit waren zijn jaren des onderscheids!
Nog elke week schreef hij een briefkaart aan zijn moeder, maar er was afstand gegroeid. Als hij terugdacht aan zijn jeugdjaren met vader, moeder, zusjes, bekroop hem een gevoel van spijt: al die jaren van opvoeding met de bijbel op tafel, de Institutie van Calvijn ernaast, 's zondags twee keer naar de kerk - het was goedbedoeld, maar het was voor niets geweest, het was een gemiste kans waardoor hij nu extra hard moest gaan om zijn kennis bij te werken. Ook voelde hij mededogen met zijn moeder, die ging in haar eentje toch maar door met dat christelijke juk van lijden en zondigen op haar schouders. Wat is ze oud geworden, vond Iris nadat zij een keer met hem mee was gegaan om zijn moeder te ontmoeten, maar ja het is ook al weer zoveel jaren geleden en dan dat overlijden van je vader..




Die affiches waren gemaakt om de aandacht te vestigen op het Europees Natuurbeschermingsjaar 1970.
34 JAAR
Lang voordat Jannes zover was, studeerde Helder met zeer veel lof af op een enkel beweginkje en toen Jannes dan zover was, trad Helder als veelbelovend wetenschappelijk medewerker bij de faculteit Natuurkunde te Leiden reeds het spoor van de plaatselijke Nobelprijswinnaars: Einthoven van het eerste elektrocardiogram met zijn snaargalavanometer, Lorentz wegbereider van Albert Einstein en Kamerlingh Onnes met zijn cryogeen lab. Reeds na enige jaren volgde promotie tot hoogleraar.
Jannes bestudeerde voor zijn afstuderen het afvalwater van Den Haag en hoe het te zuiveren, want het riool van Den Haag kwam toen nog gewoon bij Scheveningen uit op zee. Hij ontdekte dat het afvalwater uit de diplomatenbuurt dunner was dan dat van de Schildersbuurt - zij wasten zich beter. Tot grote vreugde van Iris kon Jannes meteen in Den Haag aan de slag bij het Ministerie voor de Biosfeer, Compartient Water, om daar mee te helpen met het invoeren van de nieuwe Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren. Hij trok de aandacht door de Nederlandse oppervlaktewateren als een enkel dynamisch systeem te behandelen en werd daarmee de wegbereider van het integraal watebeheer. Achter zijn bureau hing een grote kaart waarop de belangrijkste afvalwaterlozingen waren aangegeven: de West-Brabantse smeerpijp bij Waarde op de Westerschelde, Den Haag op de Noordzee, Amsterdam op het Buiten-IJ, de grote industrieën te veel om op te noemen. Jannes plaatste bij iedere lozing een sanerings-jaartal en vergde van de buitendiensten deze jaartallen op te nemen in de te verlenen lozingsvergunningen.
Het hebben van een bijzonder talent is niet altijd prettig, want Jannes werd om die reden al na drie jaar bevorderd tot ingenieur 1e klasse en opgenomen in de job-rotation met na nog eens drie jaar bevordering tot hoofdingenieur met overplaatsing naar het compartiment Bodem - weg van het water! Daar voerde hij de thermodynamica en de waterloopkunde in om de almaar aanwassende verkeersstromen beter te begrijpen. Het oplossen van een file is immers hetzelfde als het verdampen van water. En waarom willen mensen zich verplaatsen, beter gezegd bewegen? De configuratie-entropie van het totale verkeerssysteem diende te worden gemonitord. Waar moesten nieuwe wegen komen. Dit alles bleef niet onopgemerkt. Hogerhand, altijd speurend naar het schaarse talent bij de rijksdienst, volgde reeds zijn spoor.
---------------------------------
35 JAAR
Nadat Jannes zijn fiets in de roestige fietsenstalling had gezet in een kloostergang, liep hij naar de ingang. De voormalige abdij had een heel mooie hoofdingang, voorzien van een brede hardstenen trap opgaande naar twee gebeeldhouwde blankeiken deuren opgehangen aan natuurstenen posten. Alleen Jannes kreeg ze niet open, zij waren al in geen 50 jaar meer geopend, want men had het praktisch geoordeeld in de hal erachter de typekamer onder te brengen.
De eigenlijke hoofdingang vond Jannes in de engte, die was gebleven waar kerk en klooster ruggelings naar elkaar toestonden. Hier liep een steeg die werd overkluisd door een poorthuisje, dat de verbinding vormde tussen beide gebouwen. Onder dit huisje was een sombere doorgang, waarin sinds mensenheugenis twee zwartgeteerde poortdeuren aan hun roestige hengsels overeind werden gehouden. Hier kwam nooit zonlicht en stond altijd koude tocht.
Dat de directie Oost oud was, bleek meteen al uit een grote houten vitrine, die tegen de wand van het portaal was bevestigd. In de vitrine stond achter glas het vaandel van de directie op een lange staf. Het bestond uit blauw linnen waarop de naam van de directie met gouddraad was geborduurd met daarboven het rijkswapen in zilverdraad. Het vaandel was afgezet met een oranje-wit-blauw koord en hing met zwartfluwelen banden aan een zwarte roe voorzien van zilveren knoppen.
-----------------
Vaag drongen de klanken van de beiaard van de Groote Kerk tot hier door. Het was negen uur.
Na veel gangen hield het meisje van de receptie aan het einde van een doodlopende gang en voor het gevoel van Jannes ook aan het achterste einde van het gebouw halt bij een in een nis verscholen blankeiken deur met meer aanzien dan de andere deuren. De gesmede klink was kunstig bewerkt. Na te hebben geklopt kreeg het meisje de klink niet omhoog. Deze kamer wilde gesloten blijven.
"La-mij-es-proberen" mompelde Jannes , hij lichtte de klink, het meisje zei: nou doeg, maakte rechtsomkeerd, Jannes duwde de deur naar binnen open en trad in het vertrek.
Gelukkig kwam de koffiejuffrouw binnen met twee kopjes lauwe koffie op een beukehouten dienblad. Delicaat en Jannes gingen zitten in het rotan zitje en dronken van de koffie. Delicaat presenteerde speculaasjes.
De weg is is eenzaam in de drukte
van het gedrang,
want hij wordt niet bemind.
Denk daar maar aan als u gaat conserveren.'
Hij greep in zijn binnenzak en haalde er een klein groen boekje uit.
“Zo, wat is dat?” lachte Delicaat, “Gaat U ook citeren?”
“Dit boekje heb ik gisteren van mijn vriendin Iris gekregen, zij doet in boeken en vond dit iets voor mij. Het zijn gedichten van Vasalis.”
“Ah, van Maria!” riep Delicaat aangenaam verrast, “Uw vriendin heeft smaak.”.
“U kent haar? Mischien kent U dan ook haar gedicht ‘Krekels’. Daar citeer ik het laatste deel van.” En Janus sloeg pagina 17 op.
Er is geen rust. Er is geen nacht
oneindig en geen stilte stil.
Geen groot verlangen, geen enkele wil
kan maken, dat hij even wacht,
de eenmaal aangevangen tijd.
Ondanks de schijn van eeuwigheid
in enkele stille ogenblikken
hoor ik voortaan een fijn, schor tikken,
word ik geschonden door het weten:
ook dit wordt langzaam opgesleten.
Even zwegen beiden. Janus borg het boekje weer op. Ziezo, dacht hij, die zit. Delicaat tuitte de lippen en keek naar de zolderbalken – zeker vijfhonderd jaar oud. Zijn trekken verhardden zich toen hij sprak.
“Die vervloekte architecten van de Rijksgebouwendienst willen mij hieruit hebben. Ik moet naar net zo’n glazen toren als waar de Bouwdienst in zit. Maar ik zeg, ik zeg U.. over mijn lijk. Dit gebouw heeft eeuwige schoonheid, ik houd het in stand, ik conserveer het. Dat is pas goed.”
“U kiest partij voor de conservatieven?”
“Absoluut.”
Delicaat keek op zijn horloge en stond op. Janus ging ook staan en wilde naar de deur lopen.
Plots greep Delicaat hem bij de arm en zei op scherpe toon:
“Lokaal, luister! Jouw voorganger heeft het hier niet gered, hij heeft de strijd met de distri-mensen verloren. Nu hoopt men dat jij het met jouw inzicht beter zult doen. Je zult het zwaar krijgen. Zo dadelijk zul je het hoofd van de hoofdafdeling Distributie. ontmoeten, John Elders genaamd, een echte krekel, jouw aartsvijand, jouw antigoon. In het directieteam zullen wij elkaar wekelijks treffen, daar bewaar ik een delicaat evenwicht . Maar in mijn hart sta ik aan jouw kant. Janus ik wens je als mier tussen de krekels alle sterkte toe.”
Delicaat opende de deur – en daar ging Jannes .
Achter bleef Delicaat die het klooster in gijzeling hield.
---
John Elders MBA was een jachtig mens. Voortdurend ging de telefoon. Een agenda volgeperst met afspraken. Hij las werkelijk alles. Hij voerde werkelijk alle opdrachten uit. Hij bedacht ter voorbereiding van beleidskeuzes wel 10 varianten. Hij bekeek de mensen met venijnige blik van blauwe ogen tussen lange zwarte krulwimpers , streek driftig over zijn spitse kin, woelde door zijn kolenzwarte haar, likte met zijn tong over zijn vlezige kersenrode lippen waartegen zijn huid bleek afstak. Hij leek qua teint wel een mijnwerker.
Hij had een goede opvoeding gehad, zijn vader was directeur-generaal geweest op een ministerie en zijn vrouw was de dochter van een rechter die zijn vader gekend had.
John wilde de carrière van zijn vader evenaren. John bewoog voortdurend, hij kon niet stilzitten of wachten. Hij had geen geduld. Hij was begerig en wilde alles hebben. Bedreigend voor zijn omgeving was zijn encyclopedisch geheugen waarmee hij alles controleerde.
Om al deze angstaanjagende eigenschappen nog te compliceren was John daarbij op paradoxale wijze naïef. Zo deed hij ouderwets beleefd tegen vrouwen, maar Iris vond hem onmiddellijk een opgepoetste griezel, een sater met gemene streken.
Zo was John padvinderachtig in zijn liefde voor het werk. Hij nam niet alleen stukken mee naar huis omdat hij bang was achterop te raken, maar ook omdat hij het fijn vond en omdat het goed stond. Hij hechtte aan ambtelijke mores, aan het hebben van 'vrinden' en een 'goeie opvoeding'. Op zijn werkkamer hing aan de muur de rijkskalender, gedrukt in het Huis van Bewaring te Maastricht, niet omdat hij hem mooi vond, maar omdat het zo hoorde. Straks, als hij directeur zou worden, was een kunstkalender toegestaan. Dan zou hij ook de Lions verlaten en overstappen naar een echte Club.
De combinatie van vreseljke ambitie en aktiviteitsdrang, weten door vader hoe het zou moeten en de faalangst het eigenlijk niet te kunnen, zowel qua uiterlijk - want mooi was hij niet: mager, te grote handen en voeten, stakerig, een duivelse oogopslag boven een schelle falsetstem - als qua innerlijk, laadden hem op met een ondraaglijke spanning.
Zijn gedrevenheid kende geen weerga.
---
-----------------
38 JAAR
Met een binnen de rijksdienst ongeziene frivoliteit, welhaast roekeloos, had het directieteam op voorstel van Delicaat - wat was er tijdens zijn vakantie aan hem geschied? - besloten om eenmalig de wekelijkse werklunch te genieten in de poffertjeskraam op de markt.Dreigend keek Pilo de kring rond.
“ Al na een week is tweederde van de agar-agar met bacteriën bedekt. In het midden van de kolonie treedt verkleuring op. De bacteriebevolking heeft daar de industriële revolutie bereikt, het socialisme steekt de kop op en er is in het midden veel spanning. En wat denken jullie, groeit de bevolking nog zo hard?"
Dat was duidelijk niet zo, wist iedereen. Club van Rome, grenzen aan groei!
"Na tomeloze groei komt er astma, longkanker, huidkanker, allergie en ongrijpbare virussen. Ook komt er op uitgebreide schaal vergiftiging voor van het zenuwgestel. Niet alleen door zuurstoftekort en kooldioxidedamp, maar ook door allerlei afvalgassen en fijnstof. Door het broeikaseffect is het overdag een Turks bad. De hele bacteriebevolking is suf en dizzy! Nu gaan er meer bacteriën dood dan er bij komen, terwijl ondertussen onverbiddelijk de agar verder op raakt en de verontreiniging toeneemt. Volop zonneënergie en toch sterven velen."
Pilo spreidde zijn handen op tafel en vervolgde sonoor:
"Er ontwikkelt zich een nieuw type uit het vorige. Dit is minder groot en minder dynamisch. Het zal maar heel langzaam groeien in aantal, toch zal het uiteindeljik ook worden geconfronteerd met grondstoffengebrek en milieuproblemen. Maar het uitsterven zal veel langzamer gaan. Deze nieuwe generatie is veel intelligenter dan de vorige - let op: omdat zij er uit voort is gekomen, anders niet. Dat is de betrekkelijkheid van intelligentie. Enzovoort mutant op mutant. Het is een haasje over met zich even snel muterende ziektekiemen en virussen, die op hun manier ook overleven. Het nieuwe leven is nog weer rustiger, laag energetisch ook, vergeestelijkt zeg maar. Een stijging van bewustzijn en een daling van energieverbruik... -
Nu serveerde de man in het witte jasje de poffertjes. Toen die weg was:
En Jannes dacht: het systeem in de fles heeft zijn meest waarschijnlijke macrotoestand bereikt, in de toestandsruimte de deeltoestand met de meeste microtoestanden, de deeltoestand Klaar.
“Ach kom.” ontplofte John, “Dat geloof je toch zelf niet?! Wij zijn wel anders dan die bacteriën. Wat had je gedacht van zonnepanelen, windenergie, gentechnologie, siliciumtechniek, ruimtevaart, milieutechnieken, kernenergie, hergebruik, kringlopen, oh de technologie is onuitputtelijk.”
niet in staat de aarde onveranderd in stand te houden, laat staan terug te brengen tot de toestand van vóór de industriële revolutie, ook al hebben we nóg zoveel zonne-energie. Het is zelfoverschatting te denken dat wij hetzelfde kunnen als baron Von Münchhausen die zichzelf aan zijn haren uit het moeras tilde, nog wel met zijn paard tussen de benen geklemd en dan te weten dat hij ook nog een staartpruik droeg."Maar Pilo was onvermurwbaar.
“De bladgroencollecteopbrengst van bijna 2 miljard jaar zijn we nu bezig te verspreiden in een paar honderd jaar. Nu nog boompjes planten? Het is lief hoor. . Maar het is te laat.Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij” )* Wij hebben de afgelopen eeuw een diepe put gegraven en daarin gaat het kalf verdrinken, het zit er al half in! Het dempen van de put zal onbegonnen werk zijn, we zullen te laat erachter komen dat daarvoor weer andere putten worden gegraven waarin weer kalveren verdrinken.
***
)* Jaques Bloem
)* Dit is wat Pilo bedoelde.
Zonneënergie+water+kooldioxide uit de lucht worden door bladgroen verzameld tot hout en zuurstof. De 20% zuurstof in de lucht is zo in miljarden jaren opgebouwd. Aanvankelijk bezat de atmosfeer van de aarde geen zuurstof, wel veel kooldioxide. De zuurstof zat toen in mineralen zoals kwarts SiO2 en veldspaat CaAlSi3O8 en ook in water - trouwens ook nu nog voor het leeuwendeel. Het bladgroen werd door de zonnestraling gevormd uit eenvoudige aminozuren en koolwaterstoffen aanwezig in het warme water dat neerdaalde bij geisers en vulkanen. En het bladgroen haalde kooldioxide uit het water.
Het is een gigantische batterij met twee elementen: vrije luchtzuurstof en koolwaterstoffen (hout, steenkool, olie). Op deze batterij leven wij. We moeten de batterij steeds gelegenheid geven zichzelf op te laden, als we te snel leven wordt de batterij explosief.
Hoe groot zijn onze energieonttrekkingen aan deze batterij, vergeleken met zijn eigen energieninhoud? Als hij niet zou worden opgeladen, hoe lang zou het dan duren voordat hij leeggelopen was? En hoelang duurt het opladen van de lege batterij?
De hoeveelheid lucht op aarde is ongeveer 3,5*1018 m3 bij 1 atmosfeer en o graden Celcius. Hierin bevinden zich orde van grootte 1043 moleculen zuurstof. Hiertegenover staan evenzoveel CH2O-groepen in het hout, de steenkool e.d..
Het opnieuw verbranden hiervan levert 1018 MJ energie op. Dit is de lading van de batterij.
Het bladgroen op aarde neemt jaarlijks ongeveer 1015 MJ zonneënergie op. Een lege batterij zal zonder tegenslagen in grofweg 3000 jaar kunnen worden opgeladen.
Het energieverbruik van de mensheid is ongeveer 1/3 van de 'oplaadstroom' van de batterij. Daarbij komt: het oxideren van de aardkorst tot het rode stof van de woestijnen kost minstens evenveel zuurstof als de mensen verbruiken. Ook dat is zuurstof uit de batterij.Het uitputten van de batterij is begonnen. Het zal nooit lukken om de fotovoltaïsche centrales in de woestijnen met bijbehorende waterstofinfrastructuur binnen enkele decennia operationeel te krijgen. Kan de batterij deze ontlading aan zonder blijvende schade op te lopen?
